Een website over hoe voeding van invloed kan zijn op het gedrag

voeding en gedrag

VOEDSELOVERGEVOELIGHEID (zie ook www.overwin-je-allergie.be)

Mensen met voedselovergevoeligheid worden ziek van dagelijkse (gezonde) voedingsmiddelen. Zo kan bijvoorbeeld een appel buikpijn veroorzaken en melk eczeem uitlokken.  Diverse reacties zijn mogelijk op allerlei mogelijke voedingsmiddelen.  Dit is zeer persoonsgebonden.  Wat voor de één geldt hoeft voor de ander niet op te gaan.  

Voedselovergevoeligheid uit zich niet alleen in lichamelijke klachten. Ook psychologisch en gedragsmatig kan men problemen krijgen hierdoor: depressie, angsten, agressie, leer- en gedragsstoornissen kunnen hun oorsprong vinden in negatieve reacties op voeding.

Het gezegde dat men datgene eet wat het lichaam nodig heeft, is een fabeltje.  Vaak is het omgekeerde waar:  men heeft een soort ‘verslaving’ aan nét díe voedingsmiddelen waar men overgevoelig voor is.  Dit komt omdat er na het eten ervan, in de hersenen endorfines vrijkomen die een euforisch gevoel geven (voor korte tijd).  Doordat men deze gelukzaligheid graag wil bestendigen, gaat men ook méér van dit voedingsmiddel eten.  Doch hierdoor zullen de fysieke klachten toenemen.  

1. Wat is het verschil tussen voedselallergie en voedselintolerantie ? 

Beiden zijn een vorm van voedselovergevoeligheid en de reacties zijn lijken erg op elkaar:  mensen krijgen klachten als ze een bepaald soort voedsel of drank nuttigen. 

Bij mensen met VOEDSELALLERGIE is sprake van een abnormale reactie van het afweersysteem.  Door een overreactief immuunsysteem reageert het lichaam op voedingsstoffen alsof het schadelijke producten zijn.  Het lichaam maakt IgE- antistoffen tegen bepaalde eiwitten in voedsel terwijl dat bij mensen die geen voedselallergie hebben níet gebeurt.  Deze antistoffen zetten de allergische reactie in gang, wat uiteindelijk resulteert in allerlei klachten.  In principe kan elk voedingsmiddel een allergische reactie oproepen.  Bekende boosdoeners zijn koemelk, kippeneieren, noten, pinda's, tarwe, soja, appels, enz. 

Doordat bij een allergie de reacties vrij kort na de maaltijd (1/2 à 4 uur) optreden, zal men sneller geneigd zijn de link te leggen met iets wat men gegeten heeft.  Het zijn vooral eiwitten en eiwit-suikerverbindingen waar het lichaam op reageert.  Dit houdt in dat vrijwel elk voedingsmiddel allergische symptomen kan veroorzaken.  De stof of het voedingsmiddel in kwestie worden allergeen genoemd en het kleinste deeltje van deze stof kan een reactie uitlokken

Allergische reacties zijn ontstekingsreacties en zorgen op hun beurt voor een beschadiging van de dunne darmwand.  In de dunne darm zitten minuscule perforaties waarlangs voedingsstoffen (eiwitten, suikers, vetten, vitamines, mineralen,…) worden opgenomen uit de voeding en in de bloedbaan worden gebracht.  Als nu echter de wand van de dunne darm beschadigd raakt door ontstekingsreacties, dan ontstaan bredere perforaties.  Daardoor komen veel grotere moleculen dan normaal in de bloedbaan terecht.  Dit fenomeen noemt men 'lekkende darm'

Hierop gaat het lichaam alarm slaan door middel van een allergische reactie (b.v. eczeem, diarree, migraine, enz.) waardoor we verwittigd worden dat er iets niet pluis is.  Dit gebeurt vrij snel na het nuttigen van een maaltijd.

In het geval van VOEDSELINTOLERANTIE vindt een ander soort reactie plaats:  de mestcellen in de huid en slijmvliezen zijn hier de hoofdrolspelers.  Als het lichaam overgevoelig reageert op een bepaald voedingsbestanddeel, dan springen deze mestcellen open en laten histamine vrij.  Dit kan een breed scala van symptomen opleveren:  netelroos, jeuk, eczeem, astma, migraine , buikpijn, diarree,…  Eigenlijk dus ongeveer dezelfde symptomen als bij een allergische reactie.

Deze verschijnselen treden veel later op dan bij een allergie:  3 uur of zelfs pas 48 uur na de maaltijd.  Vandaar dat niet makkelijk de link gelegd wordt tussen de klachten en iets wat men heeft gegeten. 

In het geval van intoleratie worden IgG-antistoffen aangemaakt. Weinig labo’s kunnen deze antistoffen bepalen in het bloed. Doorgaans onderzoeken ze enkel de IgE-antistoffen (= voedselallergie) en als deze OK zijn, gaat men dikwijls verkeerdelijk uit van de veronderstelling dat de persoon in kwestie niet reageert op voeding.

Bij voedselintolerantie is er sprake van een ‘drempelwaarde’:  de stof kan in een lage dosis verdragen worden maar zodra een bepaalde ‘drempel’ overschreden wordt, treedt reactie op.  Deze dosis is heel individueel en dus van persoon tot persoon verschillend. 

2.  De KLACHTEN bij voedselovergevoeligheid zijn zeer uiteenlopend:

    maag-darmkanaal:

-  braken
-  brandend maagzuur
-
  buikpijn
-  kolieken
-
  diarree
-
  obstipatie 

       huid:

-   jeuk
-
   huiduitslag
-
   eczeem
-
   netelroos (urticaria)
-
   oedeem (vocht vasthouden bijvoorbeeld in oogleden, lippen, mond of keel)

      luchtwegen:

-  hooikoorts, huisstofmijtallergie
-  astma
-  slijmvorming
-  chronische neus-, keel- en oorklachten 

       algemene klachten:

  -    anafylactische shock
-
  
hart- en vaatziektes
-  migraine
-
 
lage weerstand: veelvuldige infecties
-  spierpijn, fibromyalgie, reuma, artrose
-  hypoglycemie, zoetdrang
-  chronische vermoeidheid
-
 
onverklaarbaar overgewicht
-  hoge bloeddruk
-  hoge cholesterol
 

      emotioneel-psychische klachten:

-    depressieve neigingen
-    angsten
-    stemmingswisselingen, persoonlijkheidsverandering
-    dwanggedachten, obsessies
-    concentratiestoornissen, leerproblemen
-    hyperactiviteit (ADHD)
-    agressie, impulsiviteit
-    gedragsstoornissen
 

3. DIAGNOSE 

Bij voedselallergie is de diagnose soms eenvoudig doordat de (vaak hevige) klachten direct na het eten van een bepaald voedingsmiddel ontstaan.  Doch in geval van voedselovergevoeligheid is het door de verlate reactie veel moeilijker om de vinger op de wonde te leggen.  Hiervoor went men zich best tot een deskundige met kennis en ervaring op het gebied van voedselovergevoeligheid. 

Helaas zijn slechts weinig artsen en therapeuten goed  op de hoogte van deze materie. Voedselovergevoeligheid is echt een specialiteit. Vaak wordt dan ook de diagnose niet gesteld:  heel wat mensen hebben te kampen met allerlei chronische klachten waarbij ze van het kastje naar de muur lopen.  Nergens worden ze écht geholpen...

Het bijhouden van een voedseldagboek (zie 'downloads') is een hulpmiddel bij het stellen van de diagnose. 
In zo'n voedseldagboek noteert de patiënt nauwkeurig wat hij eet en drinkt. Tegelijkertijd wordt een lijst van de klachten bijgehouden.  Zo krijgt de behandelaar een indruk van het voedingspatroon in relatie tot de klachten.  

4. BEHANDELING 

Als duidelijk is welke voedingsmiddelen de ‘boosdoeners’ zijn, kan met de behandeling worden begonnen.  Deze bestaat onder andere uit een eliminatie- en rotatiedieet (zie 'downloads'):

    - weglaten van de voedingsmiddelen die de klachten veroorzaken
    - deze vervangen door volwaardige alternatieven
    - zoveel mogelijk ‘roteren’:  slechts om de 5 dagen eenzelfde voedingsmiddel eten.  

Het dieet is het belangrijkste maar anderzijds dient ook de oorzaak aangepakt te worden: het lichaam reinigen van toxines, de werking van de darmen en andere organen op punt stellen, immuniteit verbeteren,… 

5. PREVENTIE

Advies is de baby borstvoeding te geven, zo mogelijk langer dan  zes maanden.  Het is zinvol dat de moeder tijdens deze periode een dieet volgt zonder voedingsmiddelen die vaak een allergie veroorzaken:  koemelkproducten, gluten, suiker, kippenei, pinda's, noten, vis, schaaldieren, soja.  Een dergelijk dieet tijdens de borstvoedingsperiode kan helpen om voedselallergie bij de baby te voorkomen.  Hulp van een diëtist is hierbij belangrijk om samen met de moeder een gevarieerde voeding samen te stellen, zodat er geen er tekorten zullen ontstaan. 

Als borstvoeding echt niet lukt, wordt geadviseerd om een zuigelingenvoeding te gebruiken op basis van een eiwithydrolysaat.  Dit is voeding waarin de eiwitten al zijn voorverteerd.  De grote eiwitmoleculen zijn daardoor al afgebroken tot kleine deeltjes en kunnen dus geen reacties veroorzaken.  Ook kan poeder op basis van geiten- of sojamelk uitkomst bieden. 

Voor de introductie van bijvoeding gelden enkele voorzorgsmaatregelen. Geadviseerd wordt om geen bijvoeding te geven vóór de leeftijd van zes maanden.  Het geven van bijvoeding wordt voorzichtig aangepakt.  Nieuwe voedingsmiddelen worden één voor één in het voedingspatroon geïntroduceerd, zodat een allergische reactie snel kan worden herkend.  Met gluten wacht je best tot de leeftijd van 1 jaar.

6. HULP 

Veel informatie op deze pagina is overgenomen van de Nederlandse Stichting Voedselallergie. Deze organisatie geeft een tijdschrift uit: “OverGevoeligHeden” met veel interessante info en ervaringsverhalen, tips en recepten. www.stichtingvoedselallergie.nl
 

Ruth Lauwaert
voedingsconsulente

    Heerweg-Zuid 218,  9052 Zwijnaarde 
09/3300329   -   0476/66 24 88